Plotinus Feiten


De Griekse filosoof Plotinus (205-270) was de grondlegger van de Neoplatonische filosofieschool, die de meest geduchte rivaal van het christendom werd in de dalende jaren van de oudheid.

Plotinus is misschien geboren in de Egyptische stad Lyco, of Lycopolis. Hij wendde zich op 28-jarige leeftijd tot de filosofie en studeerde 11 jaar lang met de eminente filosoof Ammonius Saccas in Alexandrië.

In 243, verlangend om de Oosterse filosofie te leren kennen, sloot Plotinus zich aan bij de expeditie onder leiding van de Romeinse keizer Gordian III tegen de Perzen. Gordian werd echter vermoord en Plotinus werd gedwongen te vluchten naar Antiochië en vervolgens naar Rome.

Op het moment dat hij in Rome aankwam, begon Plotinus studenten te nemen, en zijn invloed in de stad werd al snel groot onder zowel professionele filosofen als andere intellectuelen. Keizer Gallienus had zo’n grote waardering voor Plotinus dat hij overwoog om in Campanië een filosofiestad te stichten op de verwoeste plek van een vroege Pythagoreïsche nederzetting. Plotinus’ levensgewoonten waren sober. Hij at en sliep slechts zoveel als nodig was, en hij is nooit getrouwd. Toen hij laat in zijn leven ziek werd, verliet hij Rome en trok zich terug in Campanië, waar hij stierf.

Plotinus begon pas te schrijven toen hij 50 jaar oud was. Zijn werk, de Enneads, werd zo’n 30 jaar na zijn dood door zijn beroemdste leerling, Porfier, gearrangeerd en gepubliceerd. Het bestaat uit zes groepen van negen essays en behandelt het hele scala van het oude filosofische denken, met uitzondering van de politieke theorie. Ennead 1 gaat over ethiek en esthetiek; Enneads 2 en 3 gaan over fysica en kosmologie; Ennead 4 behandelt psychologie; en Enneads 5 en 6 gaan over metafysica, logica en epistemologie. De stijl van deze essays is zeer persoonlijk—soms briljant, soms beknopt tot het punt van obscuriteit—maar te allen tijde fascinerend en indicatief voor Plotinus’ scherpe en gevoelige geest.

Zijn Filosofisch Systeem

In het hart van het religieus-filosofische systeem van Plotinus bevindt zich een opperste goddelijkheid die oneindig, unitair en goed is. Het is de ultieme, maar niet de directe oorzaak van alles wat er is, hoewel het onder geen enkele dwang of noodzaak is om iets buiten zichzelf te produceren. Inderdaad, het is zo perfect dat het niets mist. Dat is het gewoon. Tussen dit opperste bestaan en de bekende wereld ligt de bovennatuurlijke wereld, die bestaat uit drie soorten wezen.

De eerste, geproduceerd door een overloop of straling van de perfecte, is de World-Mind, die zich bewust is van de veelheid maar alles bij elkaar houdt in de eeuwige contemplatie. Het is gelijk aan Aristoteles’ Onbewogen Beweging en het rijk van Plato’s Ideeën, of Vormen. Het is ook het organisatorische principe van het universum.

Volgende komt de Wereldziel, geproduceerd door de Wereldgeest en minder unitair in die zin dat hij verder verwijderd is van de Ene en de dingen achtereenvolgens waarneemt. Het is dus de oorzaak van tijd en ruimte, hoewel het superieur is aan hen omdat het eeuwig is.

Eindelijk is er de Natuur, het verst verwijderd van de Ene en het minst creatieve van de drie bovennatuurlijke wezens. De natuur komt overeen met de Stoïcijnse immanente wereldziel. De fysieke wereld is een projectie van haar droombewustzijn.

Volgens Plotinus is de rol van de mens in dit universum uniek. In tegenstelling tot ander dierlijk en plantaardig leven heeft hij in zichzelf de mogelijkheid om zijn intellect te gebruiken om de eenheid met de bovennatuurlijke wereld na te streven. Inderdaad, door middel van strikte

discipline, is het zelfs mogelijk om vereniging met de Ene te bereiken, maar dergelijke gebeurtenissen zijn zeldzaam. Plotinus beweerde zelf vier keer die hoogte van extase te hebben bereikt.

De drie soorten bovennatuurlijke wezens komen overeen met drie soorten gedachten die de mens kan hebben. Het laagste, dat overeenkomt met het droombewustzijn van de natuur, is onduidelijk en ongedisciplineerd denken. De volgende, die overeenkomt met de gedachte van de wereldziel, is de discursieve gedachte. De derde, die overeenkomt met de eenheidsgedachte van de Wereld-Geest, is het besef van het geheel in een enkele ervaring van de geest.

Ecstasy of Oneness

De extase die Plotinus beweerde te hebben ervaren was een stap verder. Het was een volledige vereniging met God, de oneindige, unitaire en weldadige. Deze ervaring was onmogelijk te beschrijven. Omdat God volledig zelfvoorzienend is en zich nergens bewust van hoeft te zijn, bevindt de man die het hoogtepunt van de extatische vereniging met Hem bereikt zich in een staat van totaal onbeschrijflijke zelfredzaamheid en eenheid. Het is een ervaring die gelijkwaardig is aan de mystieke vereniging met God die door christelijke mystici wordt beschreven.

Plotinus’ leer trok veel volgelingen aan. De meest opmerkelijke waren Porfier en Lamblichus, die zijn leer met een iets andere nadruk voortzetten. Het neoplatonisme kwam door de ontwikkeling van de vele scholen die het voortgebracht had, een groot aantal mystieke en bijgelovige geloofsovertuigingen uit het Oosten te omarmen. Het bleek een veerkrachtige en aantrekkelijke rivaal voor het christendom, en zelfs nadat Justinianus in 529 de filosofische scholen had gesloten, bleef het neoplatonisme invloedrijk in de ontwikkeling van het denken tijdens de Middeleeuwen en de Renaissance.

Verder lezen op Plotinus

Originele teksten en leesbare vertalingen van de werken van Plotinus zijn te vinden in A. H. Armstrong, Plotinus (1966). Een uitstekend commentaar is émile Bréhier, De filosofie van Plotinus, vertaald door Joseph Thomas (1958). Zie ook W. R. Inge, De filosofie van Plotinus (2 delen, 1928). Eduard Zeller’s Outlines of the History of Greek Philosophy, 13e editie, herzien door Wilhelm Nestle en vertaald door L.R. Palmer (1957), is oorspronkelijk geschreven in de late 19e eeuw, maar is nog steeds nuttig, hoewel enigszins gedateerd. Discussies over het Neoplatonisme in de context van de geschiedenis van de Griekse literatuur zijn te vinden in standaardwerken over dat onderwerp, met name Albin Lesky, A History of Greek Literature (1966). Zie ook Thomas Whittaker, De Neo-Platonisten (1928).

Extra Biografiebronnen

Davison, William Theophilus, Mystics and poets, Folcroft, Pa.: Folcroft Library Editions, 1977.

Plotinus, De essentie van Plotinus: uittreksels uit de zes Enneaden en Porfier’s Life of Plotinus, gebaseerd op de vertaling van Stephen Mackenna: met een bijlage met enkele van de belangrijkste Platonische en Aristotelische bronnen waarop Plotinus tekende, en een geannoteerde bibliografie, Westport, Conn.: Greenwood Press, 1976, 1934.


GOSTOU? PARTILHE COM OS SEUS AMIGOS!