Pius IV Feiten


Pius IV (1499-1565), door het Concilie van Trente te steunen in zijn laatste en uiterst gespannen periode, ontpopte zich tot een van de grote pausen van de katholieke reformatie. Door zijn gematigde en handelingsbekwame aanpak brak hij met het strenge regime van zijn voorganger, Paulus IV.

.

Giovanni Angelo de’ Medici, die Pius IV werd, werd op 31 maart 1499 geboren in de lagere adel van Milaan. Zijn familie was niet verwant aan de beroemde Medici van Florence. Hij kreeg zijn vroege opleiding in Pavia en behaalde in 1525 een doctoraat in kanunniken en burgerlijk recht aan de universiteit van Bologna. Het jaar daarop begon de Medici zijn dienst in de kerk als protonotisch apostolisch. Onder Paus Paulus III deed hij veel ervaring op in het bestuur in de pauselijke staten en in de diplomatie op missies naar Hongarije en Transsylvanië. Op 46 jarige leeftijd werd Medici tot priester gewijd. In datzelfde jaar, 1545, benoemde Paulus III hem tot aartsbisschop van Ragusa op Sicilië en vier jaar later voedde hij hem op tot kardinaal. In 1556 wees paus Paulus IV hem toe aan het aartsbisdom Foligno. Op 25 dec. 1559 werd de Medici tot paus gekozen en kreeg hij de naam Pius IV.

Pius IV werd geconfronteerd met een ernstige uitdaging voor zijn diplomatieke finesse in het probleem van de Raad van Trente, die sinds 1552 was opgeschort. In 1562 werd de raad door zijn mandaat opnieuw samengesteld. Met scherpzinnige diplomatie leidde hij de derde periode van het concilie, de meest stormachtige en moeilijke van allemaal, tot een succesvol einde op 4 december 1563. Tijdens de rest van zijn pontificaat voerde Pius IV de Tridentijnse decreten uit. Bij deze taak, evenals bij de toepassing van de index en bij het toezicht op het werk van de inquisitie, kwam zijn gevoel voor gematigdheid en flexibiliteit naar voren. Zijn gevoel voor staatsmanschap en zijn vlotte efficiëntie in de administratie hielpen hem ook enorm. Een van de belangrijkste helpers van Pius IV was zijn neef, Charles Borromeo, die de functie van pauselijk privé-secretaris bekleedde en die Pius IV in 1560 een kardinaal en aartsbisschop van Milaan creëerde.

Pius IV ondersteunde humanistische en artistieke ondernemingen in Rome op vele manieren. Hij moedigde Giovanni Pierluigi da Palestrina aan; hij benoemde tot het kardinaalschap eminente humanisten als Girolamo Seripando, Stanislaus Hosius en Guglielmo Sirleto; en hij bleef een trouwe aanhanger van Michelangelo en gaf hem moed in zijn werk op de koepel van de Sint-Pietersbasiliek. Verschillende bouwwerken en verbeteringen in Rome dragen zijn naam: de Porta Pia aan de Via Nomentana, de Borgo Pio en de Villa Pia. Pius IV stierf in Rome op 9 dec. 1565.

Verder lezen op Pius IV

Zelf, hoewel het onderzoek om enkele aanpassingen vraagt, is de beste moderne uitgebreide studie van Pius IV in Ludwig Pastor, History of the Popes, from the Close of the Middle Ages, vols. 15 en 16, vertaald door Ralph F. Kerr (1928), die een volledige bibliografie en een lijst van bronnen bevat. Voor achtergrondinformatie zie Alexander Clarence Flick, The Decline of the Medieval Church, vol. 2 (1930), en Karl H. Dannenfeldt, The Church of the Renaissance and Reformation (1970).


GOSTOU? PARTILHE COM OS SEUS AMIGOS!