Philippus Aureolus Paracelsus Feiten


De Zwitserse arts en alchemist Philippus Aureolus Paracelsus (1493-1541) staat bekend om zijn verzet tegen de medische theorieën van Galen en om de oprichting van de medische chemie.

De echte naam van Philippus Aureolus Paracelsus was Theophrastus Bombastus von Hohenheim. Hij werd geboren in Einsiedeln. Zijn vader instrueerde hem in het Latijn, de plantkunde, de scheikunde en de geschiedenis van de religie. Toen Theophrastus 9 jaar oud was, werd zijn vader benoemd tot stadsarts in Villach, en de jongen ging daar naar de mijnschool. Voor zijn middelbare opleiding ging hij naar Bazel. Door bezoeken aan Italië leerde hij de klassieke medische theorie kennen; na studies aan de kunstfaculteit van de Universiteit van Wenen keerde hij terug naar Italië, waar hij in 1515 promoveerde tot doctor in de geneeskunde aan de Universiteit van Ferrara. Tijdens deze Ferrara-periode nam hij de naam Paracelsus.

Paracelsus hervatte zijn studie van de metalen kortstondig in Schwatz in Tirol en begon vervolgens een reeks reizen die, bijna zonder uitzondering, tot het einde van zijn leven duurde. Hij diende als legerarts in Denemarken van 1518 tot 1521 en het jaar daarop sloot hij zich aan bij de Venetiaanse strijdkrachten. In 1526 had Paracelsus zich in Tübingen gevestigd en verzamelde hij een kleine groep studenten om zich heen. Later dat jaar was hij weer onderweg, dit keer naar Strassburg, waar hij zijn staatsburgerschap kocht en zich blijkbaar wilde vestigen.

Tijdens al deze reizen verspreidde Paracelsus het anti-Aristotelische standpunt dat de vier elementen (aarde, lucht, vuur en water) waren samengesteld uit primaire principes: een brandproducerend principe (zwavel), een principe van liquiditeit (kwik), en een principe van stevigheid (zout). Vanuit medisch oogpunt werd gedacht dat zout een reinigingsmiddel was, zwavel een consumptiemiddel, en kwik een transporteur van het consumptieproduct. Het vormgeven van het normale gezonde organisme is een

principe dat een archeus wordt genoemd. Wanneer er een onevenwichtigheid optreedt tussen de drie principes in de mens, is er sprake van een ziekte, en het kantoor van de arts is om het archeus te helpen door het leveren van de juiste medicijnen. Het bepleiten van de behandeling van like by like, Paracelsus therapie is dus in theorie homeopathisch. Tijdens zijn reizen verwierf hij een reputatie als genezer; al zijn praktische succes zou zijn theorie over de drie principes ondersteunen.

In 1526 werd Paracelsus naar Bazel geroepen om een patiënt te behandelen, en hij bleef in dienst als stadsarts, een post die onder andere bestond uit een lectoraat aan de universiteit en supervisie van de apothekers. Zijn lezingen trokken een groot publiek, maar zijn onderwijs en zijn stijl waren niet populair bij de autoriteiten. Hij daagde de traditionele boeken over geneeskunde en het onderwijs in de geneeskunde openlijk uit door middel van tekstuele analyse; hij gaf liever les in het Duits dan in het Latijn; hij weigerde de medicijnen van de plaatselijke apothekers voor te schrijven; en, hoewel hij sympathiek stond tegenover sommige ideeën van de Reformatie, was hij rooms-katholiek. In 1528 moest Paracelsus vluchten om aan arrestatie en gevangenschap te ontkomen.

Kort voor de vlucht uit Bazel, voltooide Paracelsus de belangrijkste van zijn eerdere werken, Negen boeken van Archidoxus, een referentiehandboek over geheime remedies. Tussen 1530 en 1534 schreef hij zijn bekendste werken, de Paragranum en de Paramirum, beide over kosmologie. Hij keerde terug naar het medisch schrijven met de Books of the Greater Surgery in edities van 1536 en 1537; dit was zijn enige werk dat een succes was bij de uitgeverij. De Astronomia magna, gedaan tussen 1537 en 1539, toont zijn meest volwassen denken over de natuur en de mens.

Paracelsus beweerde dat de pijlers van zijn kijk op de wereld filosofie, astronomie, alchemie en deugd waren. Het is misschien handig om deze visie te proeven door hier alleen de alchemie te benadrukken. Voor Paracelsus was de alchemie niet alleen een aardse wetenschap, maar ook een spirituele, die morele deugdzaamheid van de kenner vereiste. Op zijn hoogst was zo’n kenner geen theoreticus maar een activist; Paracelsus benadrukte de wijsheid als praktisch in plaats van contemplatief.

Paracelsus geloofde dat er voor elk kwaad een tegengesteld goed was en voor elke ziekte, een genezing. Hij waardeerde de alchemie niet omdat het baser-metalen in goud zou kunnen veranderen, maar omdat het de middelen zou kunnen ontdekken om de jeugd te herstellen en het leven te verlengen. Hij was op zoek naar iets als een elixer. Toch bleef de alchemie niet beperkt tot de chemicus, maar was ze in de hele natuur aan het werk. In verband met zijn natuurfilosofie en zijn geloofsovertuiging wees hij erop dat Christus niet als een geleerde of een filosoof kwam, maar als een genezer. Veel van de wonderen van Christus waren genezingen van zieken. Het belangrijkste is dat hij de wonden van de zonde genas. De alchemie gaf Paracelsus zo een natuurlijke filosofie en een visie op het christendom.

Paracelsus onderstreepte de relatie tussen de macrokosmos en de microkosmos als argument om naar de natuur te gaan om de mens te begrijpen. Volgens zijn macrokosmos-microkosmos theorie, “kan alles wat de astronomische theorie diepgaand heeft doorgrond, door het bestuderen van de planetaire objecten en de sterren…ook toegepast worden op het firmament van het lichaam”. De arts is de god van de microkosmos. Dat was de kosmologie die Paracelsus omhelsde.

Tijdens de post-Bazelperiode en vooral na 1531 lijkt Paracelsus een geestelijke bekering te hebben ondergaan die hem ertoe aanzette afstand te doen van materiële bezittingen. In 1534 kwam hij als bedelaar en zwerver, om zijn eigen woorden te gebruiken, naar Innsbruck, Vipiteno en Merano. De pest woedde in deze steden en hij diende de slachtoffers. In deze nieuwe geest die hem bezielde, had Paracelsus vooral aandacht voor de armen en de behoeftigen. Hij neigde naar een meer mystieke kijk op de mens en vooral op de arts. Hij had lang de nadruk gelegd op een zogenaamd licht van de natuur, dat de menselijke rede was. Hij dacht dat zo’n licht een straling van de Heilige Geest was.

In 1540 kwam Paracelsus als zieke man aan in Salzburg, en hij stierf daar op 24 sept. 1541.

Verder lezen op Philippus Aureolus Paracelsus

Veel van Paracelsus’ eigen geschriften zijn verzameld in Jolande Jacobi, red., Paracelsus: Selected Writings, vertaald door Norbert N. Guterman (2d ed. 1958). Biografieën van zijn leven en werk omvatten Anna M. Stoddart, The Life of Paracelsus (1911); John Maxson Stillman, Theophrastus Bombastus von Hohenheim Called Paracelsus (1920); John Hargrave, The Life and Soul of Paracelsus (1951); Henry M. Pachter, Paracelsus: Magic into Science (1951), en Sidney Rosen, Dokter Paracelsus (1959).


GOSTOU? PARTILHE COM OS SEUS AMIGOS!