Petrus Peregrinus Feiten


Petrus Peregrinus (actief 1261-1269) was een Franse geleerde en wetenschapper wiens beroemde brief over magnetisme een van de monumenten is van experimenteel onderzoek in de Middeleeuwen.

Alleen de schaarsste details zijn bekend over het leven van Petrus Peregrinus, ook wel bekend als Pierre de Maricourt. Hij studeerde hoogstwaarschijnlijk aan de Universiteit van Parijs. Hij schreef een verhandeling over de astrolabium, Nova compositio astrolabii particularis, na 1261.

In 1269, toen hij de brief schreef die hem blijvende bekendheid opleverde, zat Peregrinus in het Franse leger van de kruisvaarders die Lucera, een stad in Zuid-Italië, aanvielen. Net als Archimedes in het oude Syracuse hield Peregrinus zich bezig met militaire techniek, zoals het maken van machines om stenen en vuurballen tegen Lucera te slingeren.

Bij het werken aan dergelijke militaire problemen vroeg Peregrinus zich af of het mogelijk was om een machine eeuwig in beweging te houden. Hij werkte aan deze vraag door een wiel te schetsen dat voortdurend door een magneet zou worden rondgedraaid. Om zijn romantheorieën aan een vriend thuis uit te leggen, schreef Peregrinus in augustus 1269 de Epistola en Sigerum de Foucaucourt miletum de magnete, waarin hij zijn waarnemingen en theorieën over magnetisme uiteenzette. Omdat de ontvanger, aangesproken als “de liefste van de vrienden”, geen geleerd man was, moest Peregrinus hem instrueren in de grondbeginselen. Anticiperend op wat pas veel later de gestandaardiseerde wetenschap zou worden, waren deze grondbeginselen niet alleen voor het grootste deel juist, maar ook van invloed op andere schrijvers. Peregrinus is dus de overgang tussen de middeleeuwse en de moderne wetenschap.

De belangrijkste observaties en theorieën van Peregrinus over de magneet waren de identificatie van de polariteit, noord en zuid, in een magneet en de veralgemening die als polen afstoten en in tegenstelling tot polen aantrekken; de erkenning dat elk deel van een magneet een magneet is (een verre anticipatie op de moderne moleculaire theorie van het magnetisme); de ontdekking dat sterkere magneten zwakkere kunnen neutraliseren; de constructie van een gemagnetiseerde naald die in een cirkel draait (een anticipatie op het kompas, dat 50 jaar later zou worden ontwikkeld); en het gebruik van een magneet om een wiel aan te drijven, waardoor de magnetische motor wordt geadopteerd. Hoewel Peregrinus overal ter wereld magnetisme zag, kwam hij niet tot de conclusie dat de aarde magnetisch was. Hij stelde dat uit de noord- en zuidpool van de hemel “de polen van lodesteen hun deugdzaamheid ontlenen”

.

Verder lezen op Petrus Peregrinus

De Brief van Petrus Peregrinus op de Magneet, A.D. 1269 werd vertaald door broeder Arnold (1904). Voor een bespreking van Peregrinus zie Sir Thomas Clifford Allbutt, The Rise of the Experimental Method in Oxford (1902). Zie ook Alistair Cameron Crombie, Robert Grosseteste en de Oorsprong van de Experimentele Wetenschap, 1100-1700 (1953), en zijn Middeleeuwse en Vroegmoderne Wetenschap, vol 1: Science in the Middle Ages: V-XIII Eeuwen (1959).


GOSTOU? PARTILHE COM OS SEUS AMIGOS!