Paul III Feiten


Paul III (1468-1549) was paus van 1534 tot 1549. Hij was een man met een scherpe intelligentie, een intense energie en een volhardende vasthoudendheid. Zijn pontificaat was enigszins dubbelzinnig, met een aanhoudende renaissancementaliteit en een sterke nieuwe impuls voor religieuze vernieuwing.

Alessandro Farnese, die Paul III werd, werd op 29 februari 1468 in Canino geboren in een van de machtigste renaissancefamilies van Noord-Italië. Na zijn opleiding in Rome en in Florence aan het hof van Lorenzo de’ Medici trad hij in dienst van de kerk. Hij werd in 1493 door paus Alexander VI tot kardinaal benoemd en vervolgde zijn warme vriendschap met kunstenaars, geleerden en humanisten. Hij werd in 1519 gewijd. In de conclaven van 1521 en 1523 werd hij bijna tot paus gekozen. Dit ambt kreeg hij op 13 okt. 1534.

Tijdens zijn 15 jaar als paus creëerde Paulus III een nieuwe sfeer over het pausdom. Hij voedde de meest voorbeeldige mannen, zoals Marcello Cervini (die Marcellus II werd), Reginald Pole, Giampietro Carafa (later Paulus IV) en Gasparo Contarini, op tot het College van Kardinalen. In 1526 huldigde Paulus de doortastende herziening in van het centrale probleem van de hervorming in de Kerk, bekend als het Consilium de emandanda ecclesia. In 1542 stichtte hij de Congregatie van de Romeinse Inquisitie, of het Heilig Officie, als het laatste hof van beroep in processen van ketterij. Hij moedigde vele nieuwe religieuze gemeenschappen aan en gaf pauselijke goedkeuring aan de Sociëteit van Jezus (jezuïeten) in 1540 en aan de Ursulinen in 1544.

Pauls grootste aanmoediging voor de katholieke hervorming was de opening van een oecumenisch concilie dat hij al in 1537 in Mantua probeerde in te wijden. Vanwege de enorme moeilijkheden, die in grote mate voortvloeiden uit de internationale rivaliteit tussen de Heilige Roomse keizer Karel V en de

Franse koning Frans I, hij slaagde er pas in december 1545 in om de raad in Trent op gang te brengen. Er volgden nog meer moeilijkheden en Paulus bracht de raad in februari 1548 over naar Bologna en schortte hem uiteindelijk op in september 1549.

Terugkomend op zijn vroege enthousiasme voor kunst en wetenschap, was Paulus ambitieus om Rome het primaat op deze gebieden te geven. Hij herstelde de Romeinse Universiteit, die in de zak van Rome (1527) volledig was verwoest, en probeerde deze voortvarend te bemannen met uitmuntende geleerden. Hij zorgde voor nieuwe catalogi in de bibliotheek van het Vaticaan en voor het behoud van beschadigde manuscripten. Hij gaf Michelangelo de opdracht om het Laatste Oordeel te schilderen in de Sixtijnse Kapel en om de Sint-Pieterskapel en het Capitool te reconstrueren.

Paul ontsierde zijn heerschappij door de zorg, zo typerend voor de Renaissance, voor de vooruitgang van zijn familie. Hij installeerde Pierluigi Farnese, een van de vier natuurlijke kinderen die hij had verwekt voordat hij paus werd, als de hertog van Parma en Piacenza. Nadat Paulus paus werd, maakte hij twee van zijn kleinzoons kardinalen. Paulus stierf op 10 nov. 1549.

Verder lezen op Paul III

Een goede moderne uitgebreide studie van Paulus III staat in Ludwig Pastor, History of the Popes, vols. 11 en 12, vertaald door Ralph F. Kerr (1912), die een volledige bibliografie en een lijst van bronnen bevat. Voor achtergrondinformatie raadpleegt u Alan P. Dolan, Katholiek: An Historical Survey (1968), en Karl H. Dannenfeldt, De Kerk van de Renaissance en de Reformatie (1970).


GOSTOU? PARTILHE COM OS SEUS AMIGOS!