Parmeniden Feiten


De Griekse filosoof Parmenides (actief 475 v. Chr.) beweerde dat het ware wezen en de kennis, ontdekt door het intellect, moet worden onderscheiden van het uiterlijk en de mening, gebaseerd op de zintuigen. Hij stelde dat er een eeuwige is, die tijdloos, onbeweeglijk en onveranderlijk is.

Parmenides werd geboren in Elea in Zuid-Italië aan het eind van de 6e eeuw voor Christus. Socrates, in Plato’s Thaetetus, vertelt hoe hij als jongeman Parmenides en Zeno ontmoette tijdens hun bezoek aan Athene rond 450. Over de details van het leven van Parmenides is verder weinig bekend. Hij schreef een didactisch gedicht in hexameters, de meter van de Homerische epos en van de oraculaire reacties in Delphi, waarin hij een goddelijke openbaring beschreef. Fragmenten van het gedicht blijven bestaan en geven een goed beeld van wat hij probeerde te bewijzen, hoewel er zelfs toen het hele gedicht nog bestond interpretatieproblemen waren.

Het gedicht bestaat uit een proloog en discussies over de Weg der Waarheid en de Weg der Mening. In de allegorische proloog wordt de verteller op een wagen naar het rijk van de

Licht door de dochters van de zon. Daar wordt hij opgewacht door een onbekende godin wiens openbaringen de rest van het werk uitmaken. De Weg der Waarheid is de weg van het intellect; het ontdekt het Ware Wezen, dat eenheidsgewijs, tijdloos, onbeweeglijk en onveranderlijk is, hoewel het ruimtelijk beperkt is. Het tegenovergestelde, Non-Being, kan niet intellectueel bekend zijn en moet daarom worden ontkend als een concept. De tegenstrijdige Heraclitische notie van Gelijktijdig Wezen en Niet-Wezen wordt ook ontkend.

De manier van denken, die de gebruikelijke weg van stervelingen is, gaat over de duidelijke diversiteit van de natuur en de wereld die door de zintuigen wordt waargenomen. De geldigheid van zintuiglijke gegevens en van de door de zintuigen waargenomen objecten wordt ontkend. Parmenides staat erop om de fysieke objecten niet te verwarren met die van het intellect, hoewel in het licht van deze disclaimer zijn uitgebreide uitleg van verschillende fysieke fenomenen enigszins verwarrend is. Deze verklaringen, of het nu gaat om een samenvatting van populaire overtuigingen, Pythagoreïsche gedachten of Parmenides’ eigen pogingen om de wereld op de meest plausibele manier te verklaren door het gebruik van de (noodzakelijkerwijs valse) zintuigen, bevatten een paar scherpzinnige waarnemingen in een astronomisch schema dat onmogelijk te reconstrueren is. Aan de basis van alle fysieke werkelijkheid liggen de externe tegengestelden, Vuur en Duisternis. Een mengeling van deze twee regelt de samenstelling van al het organische leven.

Het belang van Parmenides ligt in zijn vasthoudendheid aan de scheiding van het intellect en de zintuigen. Zijn allegorische bespreking van de denkpaden is de eerste poging om de problemen van de filosofische methode aan te pakken.

Verder lezen op Parmenides

De overgebleven fragmenten van Parmenides’ gedicht zijn verzameld in Hermann Diels, red., Die Fragmente der Vorsokratiker (1957), vertaald door Kathleen Freeman in Ancilla aan de Pre-Socratische Filosofen (1948) en door haar besproken in De Pre-Socratische Filosofen (1946; 3d ed. 1953). Uitstekende discussies en commentaren over Parmenides staan in G. S. Kirk en J. E. Raven, The Presocratic Philosophers (1962), en W. K. C. Guthrie, A History of Greek Philosophy (3 vol., 1962-1969). Algemene discussies over de pre-Socratische filosofie als onderdeel van de ontwikkeling van het Griekse denken zijn te vinden in de standaardgeschiedenissen van de Griekse literatuur, waarvan een opmerkelijk voorbeeld Albin Lesky is, Een geschiedenis van de Griekse literatuur (trans. 1966).


GOSTOU? PARTILHE COM OS SEUS AMIGOS!